Aanleiding

Er zijn 750.000 sporters in Nederland niet hetero.
Deze sporters mijden vaak sportverenigingen en (vooral mannelijke) teamsporten en voelen zich niet veilig bij sportverenigingen. Hetero zijn is immers de norm en ‘homo’, 'pot' of 'travestiet' is nog al te vaak een scheldwoord.
In de sport zijn er maar weinigen die uit de kast durven of kunnen komen. Het laagste percentage als je het afzet tegen werk- of school-omgeving.

Wij kunnen er met zijn allen iets aan veranderen!
Homo- en biseksuele mannen sporten minder in teamverband, omdat zij verwachten geconfronteerd te worden met homo-onvriendelijke grappen of uit vrees buiten gesloten te worden. Op basis van ervaringen van homo- en biseksuele mannen die actief in teamverband sporten blijkt deze verwachting niet in lijn te zijn met de werkelijkheid. Dit is het resultaat van het onderzoek “Beleving mannelijke teamsporten door niet heteroseksuele mannen”, dat is uitgevoerd door onderzoeksbureau Motivaction in opdracht van NOC*NSF.

Teamsport
Uit het onderzoek komt naar voren dat zeven op de tien homo- en biseksuele mannen interesse heeft in teamsport. Van hen beoefent twee op de tien momenteel een teamsport. De potentiële sporters zijn niet zomaar te enthousiasmeren. Een aantal drempels die te maken hebben met hun seksuele oriëntatie belemmeren hun deelname aan teamsport. Dit zijn vooral gepercipieerde drempels. Het blijkt dat actieve homo- en biseksuele mannelijke teamsporters deze drempels in veel mindere mate ook daadwerkelijk ervaren. Geconcludeerd kan worden dat de (negatieve) verwachtingen van potentiële homo- en biseksuele mannelijke sporters niet stroken met de ervaringen van actieve teamsporters. Naast deze deels onterechte angst spelen ook ‘reguliere’ redenen zoals tijd, afstand en verplichtingen een rol.

De belangrijkste triggers om te sporten zijn:
lichaamsbeweging, gezondheid, gezelligheid en het onderhouden van sociale contacten. Juist op het terrein van sociale contacten lijkt de grootste onterechte angst te bestaan, namelijk homo-onvriendelijke opmerkingen of de vrees buitengesloten te worden. Om niet in dergelijke situaties te komen, vermijdt een deel van de doelgroep deze door niet te kiezen voor een teamsport.

Het merendeel van de teamsporters is binnen de directe sportomgeving open over zijn seksuele oriëntatie, maar lang niet iedereen is uit de kast. Het blijkt dat vooral voetballers het voor zichzelf houden, omdat het beeld bestaat dat de voetbalcultuur sterk homo-onvriendelijken sterk heterogericht is.
Echter, eenmaal uit de kast worden - sportbreed - met name positieve gevolgen ervaren.
De ondervraagden uit het onderzoek die uit de kast zijn gekomen op hun sportclub geven aan dat met het homo-zijn, de relatie met de teamgenoten weliswaar anders is maar niet slechter. ‘Anders’ in de zin van opener en eerlijker, zonder geheimen voor elkaar. Een enkeling ervaart blikken of vermijdgedrag van anderen.

Erik Lenselink, manager Sportontwikkeling bij NOC*NSF:
“De sportbonden en NOC*NSF vinden dat iedereen zichzelf moet kunnen zijn in de sport. Dit is voor lesbiennes, homo- en biseksuelen nog niet altijd vanzelfsprekend. Wij zetten ons daarom actief in voor de acceptatie van deze sporters. Sportbonden en -verenigingen kunnen nog meer uitdragen dat er ruimte is voor seksuele diversiteit in de sport. Dit levert een bijdrage aan de positieve beeldvorming rondom teamsporten bij homo- en biseksuele mannen.”

COC Limburg  waardeert de inzet van de sportbonden, die vanaf 2008 het belang van seksuele diversiteit erkennen en stappen hebben gezet om ook voor lesbiennes, homo- en biseksuelen en transgenders (lhbt) een veilig sportklimaat te realiseren. Uit dit onderzoek blijkt dat de toegankelijkheid en gastvrijheid voor lhbt’ers blijvend aandacht nodig heeft. Door actief de acceptatie te organiseren laten we de verlegenheid achter ons. We bieden ondersteuning voor trainers,elftalbegeleiders en bestuurders in de hoop dat vele voetbalverenigingen het thema oppakken